Sacrament: Difference between revisions

From Armini Wiki
Jump to navigation Jump to search
L>Maarten
No edit summary
 
m 1 revision imported
 
(No difference)

Latest revision as of 08:34, 20 July 2026

Een sacrament is een ritueel waarin, naar klassiek kerkelijk verstaan, God zelf handelt: het zichtbare teken van een onzichtbare genade. Wat een sacrament onderscheidt van andere rituelen is niet de vorm — ook een sacrament bestaat uit taal, voorwerp en handeling — maar de belijdenis dat er in dit ritueel méér gebeurt dan mensen doen. De eerste bouwsteen van sacrament is ‘gelijkenis’. In Genesis staat:

God sprak: ‘Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op ons gelijkend...’. En God schiep de mens als zijn beeld, als het beeld van God schiep Hij hem (Genesis 1, 27)

Er is een gelijkenis tussen God en mens, de aardse mens is daardoor in staat het hemelse uit te beelden. De tweede bouwsteen is ‘sluier’. In het woord gelijkenis wordt ook aangegeven dat de mens niet God ís, maar op God lijkt. Daarmee wordt duidelijk dat er een wezensverschil blijft tussen aarde en hemel. De gelijkenis openbaart de goddelijke werkelijkheid, maar op een versluierde, dat wil zeggen menselijke manier. Gelijkenis en sluier vormen samen de kern van het begrip symbool dat met het woord sacrament verweven is.[1] De protestantse kerk kent als sacramenten Doop en Avondmaal. De Rooms-katholieke kerk kent er daarnaast nog vijf:

  • Vormsel. De bevestiging van de doop, waarbij de gedoopte (meestal als tiener) door zalving en handoplegging de heilige Geest ontvangt en zelf ja zegt tegen wat bij de doop over hem of haar is uitgesproken.
  • Biecht. De belijdenis van zonden tegenover een priester, die namens God de vergeving uitspreekt (absolutie); tegenwoordig ook wel ‘sacrament van boete en verzoening’ genoemd.
  • Ziekenzalving. De zalving met olie van een ernstig zieke of stervende, als teken van Gods nabijheid en kracht; vroeger bekend als ‘het laatste oliesel’, maar niet langer uitsluitend voor stervenden bedoeld.
  • Wijding. De handoplegging en het gebed waardoor iemand wordt aangesteld tot diaken, priester of bisschop, en daarmee blijvend in dienst van kerk en sacramenten wordt gesteld.
  • Huwelijk. De wederzijdse belofte van trouw tussen twee mensen ten overstaan van God en de gemeenschap; bijzonder is dat de gehuwden dit sacrament aan elkáár toedienen — de priester is getuige.

Noten

  1. ↑ H.A.J. Wegman, Riten en mythen. Liturgie in de geschiedenis van het christendom, Kampen: Kok, 1991, 41-42.