Andere vieringen: Difference between revisions
L>Maarten No edit summary |
m 1 revision imported |
(No difference)
| |
Latest revision as of 08:34, 20 July 2026
Naast de zondagse kerkdienst zijn er natuurlijk nog tal van vormen van kerkdienst.
Getijdengebed
Al vóór het christendom kende het jodendom vaste gebedstijden; de vroege kerk nam dat ritme over en de kloostertraditie werkte het uit tot een volledige dagorde, het officie of koorgebed. De klassieke reeks (naar Benedictus’ Regel, 6e eeuw):
- Metten (nachtwake, ook: vigilie) — middenin de nacht of vroege ochtend; het idee van korte metten maken komt de nachtrust ten goede...
- Lauden — het ochtendgebed bij zonsopgang, lofprijzing (laudare = loven)
- Priem — het eerste uur (± 6 uur; in 1963 door Rome afgeschaft)
- Terts — het derde uur (± 9 uur)
- Sext — het zesde uur (± 12 uur)
- Noon — het negende uur (± 15 uur; ons woord ‘noen’ komt hiervandaan)
- Vespers — het avondgebed bij het vallen van de avond
- Completen — het slotgebed voor de nacht (completorium: de dag wordt ‘voltooid’)
De lauden en de vespers zijn de twee gebeden op de dagdrempel en hebben buiten de kloosters het meest voortgeleefd. Let op dat een aantal getijden een meervoudsvorm heeft; ‘een vesper’ is taalkundig net zo onjuist als ‘een met’. Het getijdengebed is een psalmgebed: psalmen worden gezongen of gelezen (klassiek: antifonaal, in beurtzang tussen twee koorhelften), omlijst door hymne, korte schriftlezing, lofzang (canticum), gebeden en zegenbede.
Cantica
Een canticum (meervoud: cantica) is een bijbelse lofzang die niet aan het boek Psalmen is ontleend. De drie nieuwtestamentische lofzangen uit het Lucasevangelie vormen elk het hoogtepunt van een getijde en heten de cantica cantica maiora (grote cantieken); zij klinken dagelijks. In het Liedboek (2013) volgen de cantica na de psalmen (151-161).
- Benedictus (Lofzang van Zacharias, Lucas 1:68-79) in de Lauden;
- Magnificat (Lofzang van Maria, Lucas 1:46-55) in de Vespers;
- Nunc dimittis (Lofzang van Simeon, Lucas 2:29-32) in de Completen.
Hymne
In protestants spraakgebruik wordt hymne ruim gebruikt, vaak voor wat plechtiger lofzangen, in de Engelse traditie zelfs voor elk kerklied, hymn, maar in het getijdengebed en onder kerkmusici heeft het woord een specifiekere betekenis.
- Een hymne is een vrij gedicht voor de liturgie: een strofisch lied waarvan de tekst níet aan de Bijbel is ontleend, maar door een dichter is geschreven. Daarmee onderscheidt de hymne zich van de psalm (bijbels, uit het boek Psalmen) en het canticum (bijbels, van buiten het boek Psalmen). Het is dus de derde categorie gezang in het getijdengebed.
- Strofisch en metrisch: vaste coupletten met gelijk metrum, waardoor alle strofen op dezelfde melodie gezongen kunnen worden — anders dan de reciterende psalmodie.
- Vaste plek in het getijde: in de klassieke orde opent de hymne het getijde (of volgt direct op het openingsvers) en zet de toon van het uur of de tijd van het jaar.
- Ambrosius van Milaan (4e eeuw) geldt als vader van de westerse hymne. De klassieke ambrosiaanse hymne heeft een vast metrum: jambische dimeter[1] genaamd, vier regels per strofe van elk acht lettergrepen. Bekende hymnen zijn ‘Veni Creator Spiritus’, ‘Te lucis ante terminum’, ‘Conditor alme siderum’. In de Engelse hymnodie leeft deze versvoet voort als “Long Metre” (8.8.8.8).
In het Liedboek (2013) vind je bijvoorbeeld 204, 236, 237, 239, 240. Een basisorde voor de vespers:
- Openingsvers (“God, kom mij te hulp...”)
- Hymne
- Psalmen (twee of drie, met antifonen)
- Korte schriftlezing
- Magnificat (zie Andere vieringen)
- Gebeden, afgesloten met het Onze Vader
- Zegenbede
Morning Prayer en Evensong
De anglicaanse traditie voegde bij de reformatie de kloostergetijden samen tot twee dagelijkse gebedsdiensten voor de gemeente: Morning Prayer (Mattins, uit metten en lauden) en Evening Prayer (Evensong, uit vespers en completen), vastgelegd in het Book of Common Prayer (1549/1662). De Evensong is het bekendst geworden, vooral in de koortraditie van de Engelse kathedralen: de gemeente is grotendeels luisterend aanwezig terwijl het koor psalmen (in de kenmerkende Anglican chant), de canticles (Magnificat en Nunc dimittis — de erfenis van vespers én completen in één dienst) en een anthem zingt. Voor kerkmusici een van de rijkste levende liturgische tradities; in Nederland op steeds meer plaatsen naar Engels model gepraktiseerd.
Vigilie/wake
De vigilie (Latijn vigilia, nachtwake) is een van de oudste vieringsvormen van het christendom: wakend de nacht doorbrengen in gebed, lezing en gezang, in afwachting van het licht. Het bekendst is de Paaswake, de nacht waarin de gemeente waakt bij de overgang van dood naar leven, met het ontsteken van de nieuwe paaskaars als hoogtepunt. Ook de kerstnachtdienst is historisch een vigilie. Bij een sterfbed waken familieleden soms, een oergebaar dat om weinig woorden vraagt en waarbij een enkele psalm, een gebed of alleen aanwezigheid al liturgie is. Ook bij maatschappelijke gebeurtenissen, een aanslag, een oorlog, de dood van een dorpsgenoot door zinloos geweld, kiezen mensen naar de vorm van een stille wake: samenkomen, een kaars, stilte, hooguit een enkel woord.
Agapèviering / maaltijdviering
De vroege kerk kende naast (en aanvankelijk verweven met) de eucharistie de agapè, de liefdemaaltijd (zie Delen): een werkelijke, voedende maaltijd van de gemeenschap. In de loop van de eerste eeuwen raakten maaltijd en avondmaal gescheiden; de agapè verdween grotendeels. In onze tijd keert de vorm terug, met een uitstekende reden: samen eten verbindt mensen. Liturgisch hoeft er niet veel. Te denken valt aan een opening en zegening aan tafel, een lezing of gedicht tussen de gangen, een gezongen tafelgebed, een gezamenlijke afsluiting.
Cantatedienst
In een cantatedienst vormt één muziekstuk het uitgangspunt van de viering. Klassiek een Bachcantate, maar ook ander repertoire leent zich er voor. De evangelielezing die bij de cantate hoort staat centraal, zoals in elke dienst. Maar in deze dienst is de muziek zelf de verkondiging. Het gesproken woord, bijvoorbeeld een korte inleiding, is dienend. Johann Sebastian Bach schreef zijn cantates trouwens precies met dit doel: als muzikale uitleg van de evangelielezing van de zondag. Het verdient voorkeur het muziekstuk als één geheel uit te voeren, ook als het uit meerdere delen bestaat. Een uitzondering vormt misschien de Johannes Passion, waar Bach bij het tweede deel schrijft ‘na de preek’.
Oecumenische en interreligieuze vieringen
Samen vieren over kerkgrenzen heen is sinds de twintigste eeuw eerst steeds gewoner geworden, later vanwege een veranderende stellingname van de Rooms-katholieke kerk weer wat afgenomen. De moeilijkheid is vaak de tafelviering. Toch kan er heel veel, uitgaande van wat samenbindt. De Lima-liturgie vormt nog steeds een interessante bron voor oecumenische vieringen.[2] Bij interreligieuze samenkomsten (met joden, moslims, hindoes, boeddhisten, ...) ligt het anders: gezamenlijk bidden bijvoorbeeld veronderstelt een gedeelde geadresseerde, wat niet vanzelfsprekend is. Een beproefde vorm is deels naast elkaar te vieren: ieder bidt of leest uit de eigen traditie, de anderen zijn respectvol getuige; gedeeld zijn de stilte, de ruimte en het thema (vrede, rouw, dankbaarheid). Gastvrijheid draagt dan de ontmoeting, waarbij het eigene hoorbaar mag blijven.
Taizé
De gebedsvorm van de oecumenische broedergemeenschap van Taizé (Bourgondië, gesticht 1940 door frère Roger) heeft zich wereldwijd verspreid. Kenmerkend: de meditatieve, veelvuldig herhaalde liederen (korte teksten, in het Frans, Latijn en vele andere talen, meerstemmig), een stilte van acht minuten als hart van de viering), een korte lezing, voorbeden met gezongen acclamatie (Kyrie eleison), géén preek of overweging. De ruimte doet mee: gedempt licht, veelal zitten op de grond of lage bankjes, de blik gericht naar kaarsen en een icoon.
Openluchtdienst
Buiten vieren verandert alles wat binnen vanzelf spreekt. De omgeving is geen decor maar medespeler in het spel, en het weer speelt ook altijd een rol. De openluchtdienst (Hemelvaartsdag in het park, tentdienst, campingdienst) wint aan laagdrempeligheid maar verliest veel van wat vertrouwt is: geen akoestiek, gammele stoeltjes, wind in de microfoon, een toeterende voorbijganger, het kan op een vrolijke manier ontregelend zijn. De wandel- of pelgrimageviering zet de gemeente in beweging. Staties onderweg, een lezing bij een boom, stilte tijdens het lopen, een lied op een open plek. Het lichaam doet mee, en de weg zelf wordt symbool (een gegeven zo oud als de Emmaüsgangers). De viering op de begraafplaats — Allerzielen, of de jaarlijkse gedachtenisviering bij de graven — verbindt plaats en gedachtenis op een manier die binnen niet kan: mensen staan letterlijk bij hun doden.
Stiltevieringen
In stilteviering vormt stilte zelf de kern. Er zijn vormen met alleen een openings- en slotwoord rond een half uur gezamenlijke stilte, of vormen die aan het jodendom en de kloostertraditie ontleend zijn. Begin en einde kunnen worden gemarkeerd (een klankschaal, een kaars, een enkel gesproken vers). Of er kan in stilte over een bijbeltekst worden gemediteerd en gebeden (lectio divinia), waarna er de tijd wordt genomen Gods aanwezigheid te ervaren (contemplatio). Gezamenlijke stilte is iets wezenlijk anders dan alleen zijn: de aanwezigheid van anderen kan als dragend worden ervaren. Het samen zwijgen schept een eigen soort gemeenschap, onzichtbaar maar voelbaar. Er zijn variaties waar de stilte wordt ingegaan met een begeleide meditatie, of waar de stilte wordt voorafgegaan of gevolgd door het luisteren naar muziek of het zingen van een lied.
Huisliturgie
De kleinste liturgie is de huiselijke: het gebed aan tafel, het avondgebed met kinderen, de adventskrans waarvan elke week een kaars meer brandt, de kaars bij een foto van een gestorvene, misschien het liedje voor het slapen. Het wordt zelden ‘liturgie’ genoemd en is het ten volle: vaste vormen, herhaald, met symbool, handeling en woord. De huisliturgie is bovendien de plek waar liturgische vorming werkelijk plaatsvindt. Wie als kind een adventskrans heeft meegemaakt, kan de bijbehorende verwachting misschien een leven lang weer oproepen. De kerk kan hier soms wat in betekenen: materiaal en vormen aanreiken (een kaartje met een tafelgebed, een adventskalender). Een specifieke vorm van huisliturgie is de kerk naar iemand toebrengen, wanneer iemand niet naar de kerk kan. Het kan gaan om het sacrament van de ziekenzalving of een wake (zie Sacrament), een tafelviering, of waar ook maar behoefte aan is.
Noten
- ↑ Een jambe is een versvoet van twee lettergrepen, onbeklemtoond-beklemtoond (ta-dám). Een dimeter telt in de klassieke metriek twee meta — meeteenheden die bij jamben elk uit twéé versvoeten bestaan — zodat de regel vier jamben omvat: ta-dám ta-dám ta-dám ta-dám, acht lettergrepen. Vier zulke regels vormen de klassieke hymnestrofe van Ambrosius, zoals in het Veni Creator Spiritus: “Ve-ní Cre-á-tor Spí-ri-tús
- ↑ De Lima-liturgie is de eucharistische liturgie die Max Thurian (Taizé) samenstelde op basis van de leerstellige overeenstemming in het zgn. Lima-rapport: Doop, Eucharistie en Ambt. Verklaringen van de Commissie voor Geloof en Kerkorde van de Wereldraad van Kerken (Lima 1982), Ned. vert. Amersfoort: De Horstink. Nederlandse vertaling van de liturgie in: H.J. van Hout, Samen aan de tafel van de Heer? In gesprek over eucharistische gastvrijheid, Oecumene-reeks 1984/1-2.