Herdenken van de overledenen

From Armini Wiki
Revision as of 08:34, 20 July 2026 by Admin (talk | contribs) (1 revision imported)
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)
Jump to navigation Jump to search

In de meeste kerken worden elk jaar de namen genoemd van gemeenteleden die het afgelopen jaar overleden zijn. Vaak worden ook nabestaanden van buiten de gemeente voor deze dienst uitgenodigd. Het noemen van de namen krijgt als ritueel vorm, vaak door het aansteken van kaarsen.


Wanneer heeft deze dienst plaats?

In de protestantse kerken zijn er verschillende tradities. De meeste kerken hanteren de laatste zondag van het kerkelijk jaar, dus een week voor eerste advent. Momenten die ook voorkomen, maar minder frequent, zijn Oudejaarsdag (31 december), bij de Remonstranten vroeger niet ongebruikelijk, of Goede Vrijdag, in meer reformatorische kring. In de Rooms-katholieke kerk vindt de herdenking op Allerzielen plaats, 2 november. Steeds vaker sluiten ook andere kerken hier bij aan, door de zondag te kiezen die het dichtst bij 2 november ligt. Daar valt veel voor te zeggen. Het biedt aansluiting bij de groeiende belangstelling die er maatschappelijk is voor Allerzielen, met concerten en herdenkingsbijeenkomsten. Het past ook goed in het hart van de herfst, het jaargetijde waarin men zich vaak extra bewust is van verval en verlies. Allerzielen (2 november) is in zijn huidige vorm ontstaan in de 11e eeuw. Het feest werd in 998 ingevoerd door abt Odilo van Cluny. Hij bepaalde dat in alle kloosters van de Cluniacenzer orde op 2 november gebeden moest worden voor alle overleden gelovigen. De datum werd gekozen als dag na Allerheiligen (1 november), zodat eerst de heiligen werden herdacht en vervolgens alle overige gestorvenen. Vanuit Cluny verspreidde de praktijk zich snel door West-Europa. In de loop van de 12e en 13e eeuw werd Allerzielen algemeen gebruikelijk in de westerse kerk.


Vorm en inhoud

Uitgangspunt voor de liturgie vormt de gewone zondagse eredienst. Aan ‘Delen’ wordt de herdenking toegevoegd. Dit kan op veel manieren, een daarvan is alsvolgt: - de namen van de overledenen uit de eigen gemeente worden genoemd, waarbij na elke naam een kaars wordt aangestoken, zo mogelijk door één van de nabestaanden. Daarna kan wie wil naar voren komen om een kaarsje; - wie wil mag naar voren komen om voor overledenen uit de eigen kring een kaars aan te steken, waarbij het niet uitmaakt of deze tot de kerkelijke gemeente behoorden of misschien al (veel) langer geleden zijn overleden dan in het afgelopen jaar; - soms wordt vooraf eenieder gelegenheid gegeven een naam aan te dragen, en worden ook die namen tijdens het ritueel genoemd. - het ritueel kan verder in stilte plaatsvinden, tijdens muziek, of tijdens het zingen van een lied; - in sommige kerken wordt er rond een overlijden (bijvoorbeeld tijdens de rouwdienst) een kruisje met de naam van de overledene opgehangen op een daarvoor bestemde gedachtenisplek in de kerk; op deze zondag krijgen de nabestaanden het kruisje mee naar huis.