Intermezzo: een invloedrijke tweedeling

From Armini Wiki
Revision as of 08:33, 20 July 2026 by L>Maarten
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)
Jump to navigation Jump to search

Enige achtergrondinformatie voor we verder gaan. Het omschreven begin van de dienst heeft zich ontwikkeld vanuit de klassiek-gereformeerde liturgie, de calvinistische liturgie van na de reformatie. Luther was liturgisch dicht bij de Rooms-katholieke kerk gebleven. Zijn doel was de kerk te ontdoen van misstanden, maar er was ook veel waar hij trouw aan kon blijven. De kerk van Calvijn echter werd een sobere kerk, de kerk van na de beeldenstorm, ‘sola scriptura’ voert de boventoon. De gebouwen kenmerken zich door een centraal geplaatste kansel, vanaf waar de voorganger de hele dienst leidt, alle opsmuk wordt geschuwd. Vanaf halverwege de twintigste eeuw komt hier deels verandering in. Vanuit de Hervormde kerk vindt een liturgische vernieuwing plaats waarbij men met name kijkt naar vóór de reformatie en hoe de Lutherse kerk zich heeft ontwikkeld.

  • De centrale plaats van het vieren wordt de tafel in plaats van de kansel;
  • de paaskaars doet zijn intrede;
  • het kerkelijk jaar wordt hergewaardeerd;
  • men gaat weer liturgische kleuren gebruiken;
  • men gaat weer een leesrooster gebruiken;
  • er kunnen meer mensen een rol krijgen in de dienst, minder een one-man-show van de voorganger;
  • waar in de klassiek-gereformeerde praktijk alleen strofenliederen werden gezongen (berijmde psalmen, liederen met coupletten) doen nu ook onberijmde liederen hun intrede, zoals een acclamatie of gezongen Onze Vader;
  • een cantorij kan hierbij voor meer muzikale mogelijkheden zorgen, nieuwe liederen, eeuwenoude polyfone koormuziek, Bachcantates. Ook

Tegelijkertijd vindt er in de Rooms-katholieke kerk een ontwikkeling plaats waarbij de volkstaal wordt ingevoerd en de gemeenschap zelf veel meer gaat zingen. Allerlei kruisbestuiving kan nu plaatshebben en ook de oecumene (samenvieren van Rooms-katholieken en protestanten) bloeit op. Eén en ander komt bij elkaar als in 1982 in Lima een oecumenische liturgie wordt opgesteld door de Wereldraad van Kerken, waarin zichtbaar werd hoe ver de kerken in het vieren naar elkaar waren toe gegroeid. De Remonstranten gaan in meer of mindere mate met deze ontwikkelingen mee, vaak naar plaatselijk inzicht. Op een groepsfoto van het predikantenconvent is dat mooi te zien aan de bonte verzameling pakken, zwarte toga’s met of zonder bef, witte en gekleurde alben met of zonder stola, tot priesterboordjes aan toe. Ook in hun liturgie leidt het tot plaatselijke diversiteit. Tot op de dag van vandaag staan sommige kerken nog stevig in de beschreven klassiek-gereformeerde traditie, terwijl in andere gemeentes volop wordt gewerkt met roosters, liturgische kleuren, acclamaties en responsies. Het eerste wordt soms laag-liturgisch genoemd, en het tweede hoog-liturgisch, wat enigszins discutabel is, want dat onderscheid zou moeten gaan over de aandacht die er voor liturgie is, in welke vorm dan ook, niet over de gekozen vorm an sich, zie ook inleiding. Concluderend kunnen we in veel liturgie twee opties herkennen: die met de oude klassiek-gereformeerde wortels, en die met de nog oudere wortels van de kerk van vóór de reformatie. Tegen deze achtergrond kent ook het begin van de dienst een variant, want vanuit de vroege kerk vormden daar twee belangrijke vaste gezangen de kern: Kyrie en Gloria.