Woord
Nu is het tijd om uit de bijbel te lezen. Eén of meerdere lezingen en liederen wisselen elkaar af, gevolgd door de overdenking van de voorganger. Na de overdenking volgt vaak een stilte en muziek, of weer een lied.
Wat lezen wij?
De meeste kerken die een leesrooster hanteren, gebruiken het oecumenisch leesrooster, uitgegeven door de Raad van Kerken[1]. Per zondag wordt er een lezing uit het Eerste Testament en een Evangelielezing aangereikt. Het oecumenisch leesrooster volgt het kerkelijk jaar (zie deel B van dit boekje) en is in principe driejarig: in het A-jaar wordt er uit Mattheus gelezen, in het B-jaar uit Marcus en in het C-jaar uit Lucas. Het vierde Evangelie, Johannes, wordt elk jaar op de hoogfeesten gebruikt. Daarnaast worden er een zondagspsalm en een epistellezing[2] aangeboden voor kerken die dat gebruiken, en zijn er soms alternatieven rond een thema of bijbelboek, om een serie diensten te houden, bijvoorbeeld als veertigdagenproject. De ene kerk is strikter met het gebruik van een rooster dan de andere. Er zijn voorgangers die maar één lezing gebruiken, of geen, of hun eigen projecten samenstellen. Een gastvoorganger krijgt soms de vrijheid te kiezen voor een ‘oude preek’ met bijbehorende lezingen. Soms ook buiten de bijbel gezocht worden, zodat er bijvoorbeeld naast de bijbellezing een gedicht wordt gelezen, een citaat van een filosoof, of een reflectie op een tekst. Zelfs een hele Bachcantate kan een plek krijgen. Naast het oecumenisch leesrooster zijn er nog veel meer leesroosters in omloop (zoals een éénjarig rooster bij de Lutherse kerk of de Anglicaanse kerk). Kerken die geen leesrooster gebruiken, doen soms ‘lectio continuo’ (in Genesis beginnen en dan elke zondag verder gaan waar je gebleven was) of lezen ‘s zondag dat wat de Geest de voorganger heeft ingegeven.
Overweging
Overdenking, meditatie, preek, verkondiging, het zijn woorden voor hetzelfde onderdeel: de voorganger richt zich met zijn eigen woorden tot de gemeente. Wat kan de gelezen tekst ons zeggen? De overweging is een poging om de gelezen teksten te laten spreken in het hier en nu, in het individuele leven van de toehoorder, in de bredere context van de actualiteit. De overweging staat midden in de dienst, tussen luisteren en handelen. Tussen naar binnen en naar buiten gaan. Een goede overweging helpt om wat gehoord is te verbinden met het leven dat we leiden, en vormt zo een brug naar het delen dat later in de dienst volgt. De stilte die vaak volgt, geeft ruimte om het gehoorde nog verder te laten resoneren.
Credo
In de Rooms-katholieke kerk komt na de preek (‘homilie’) het Credo, de geloofsbelijdenis van Nicea uit de vierde eeuw, omdat de woorden van de preek in overeenstemming moeten zijn met het geloof van de kerk, en omdat daarna het delen komt (brood en wijn, maar ook dopen of het noemen van een overledene vallen daaronder), en de gemeente dat wil doen in het geloof dat zojuist beleden is. De vrijzinnigheid heeft vanuit het beginsel van individuele geloofsvrijheid – en wars van dogma’s – altijd wat ambivalent tegenover een gezamenlijk credo gestaan, maar op deze plaats tussen ‘woord’ en ‘delen’ kan alsnog een geloofslied betekenisvol zijn. Overigens hebben de Remonstranten in 2006 een gezamenlijke geloofsbelijdenis gepubliceerd, in een behoefte taal te vinden voor wat hen bindt; niet voorschrijvend maar beschrijvend. De tekst is opgenomen op Remonstrantse Geloofsbelijdenis uit 2006.
Noten
- ↑ zie raadvankerken.nl/publicaties/vieringen/oecumenisch-leesrooster/
- ↑ een epistellezing betreft één van de nieuwtestamentische brieven, zie