De drie dagen van Pasen
De drie dagen, triduum, van Pasen zijn Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paasmorgen. Deze drie vormen een doorgaande liturgische beweging. De paasviering kan beginnen aan de vooravond, de Paasnacht. Een wake, waarbij gezamenlijk de nacht wakker wordt overbrugd, kan een deel uitmaken van de Paasliturgie, in de nacht vanaf Goede Vrijdag of de nacht naar Paasmorgen. Vóór Pasen is er de Stille Zaterdag die ook wezenlijk is: samen ontstaat er een doorgang van breuk en leegte naar nieuw leven. Liturgisch wordt deze doorgaande beweging op verschillende manieren onderstreept. De viering van Witte Donderdag wordt niet afgesloten met een zegen; de dienst van Goede Vrijdag kent opening noch afsluiting; ook Pasen begint niet met de gebruikelijke begroeting. Met name het ontbreken van de zegen op donderdag en vrijdag kan een onaf gevoel oproepen, de gemeente gaat wat ontheemd naar huis. We laten zelfs napraten en koffiedrinken achterwege — voor velen wat bevreemdend, liturgisch zeer functioneel!
Parallel aan Pesach
Voor het jodendom is Pesach het feest van de uittocht uit Egypte, het begin van Israëls weg als bevrijd volk. Om de christelijke liturgie te kunnen begrijpen, is het van belang deze joodse bedding te zien. In de Sedermaaltijd wordt het verhaal uit Exodus verteld, met symbolische gerechten — ongezuurd brood, bittere kruiden, het zoute water van de tranen — en met de opdracht iedere generatie te laten zeggen: “Wij waren slaven in Egypte.” De bevrijding is geen afgesloten verleden, maar een werkelijkheid die telkens opnieuw wordt toegeëigend. In Exodus wordt vervolgens het volk opgedragen een lam te slachten en het bloed aan de deurposten te strijken, zodat de straf die Egypte zal treffen aan hen voorbij zal gaan. In het evangelie naar Johannes wordt Jezus door Johannes de Doper aangeduid als “het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt”. Bij Johannes sterft Jezus bovendien op de voorbereidingsdag van Pesach, op het uur waarop de paaslammeren worden geslacht, en citeert: “Geen been van Hem zal gebroken worden” (Johannes 19:36), een verwijzing naar Exodus 12:46, waar dit over die lammeren wordt gezegd. Pesach markeert een identiteit: leven als bevrijde mensen onder Gods belofte. In de joodse traditie krijgt die vrijheid haar richting in het ontvangen van de Thora, gevierd met Sjavoeot, vijftig dagen later. In de christelijke traditie wordt de voltooiing van de Paastijd gevierd met Pinksteren, het feest van de gave van de heilige Geest.
Witte Donderdag
Witte Donderdag speelt zich af aan tafel, als oefenplaats van gemeenschap. Brood en wijn worden door Christus met zijn leerlingen gedeeld in een sfeer van dreiging en onzekerheid, vanwege het verraad van Judas en het naderende lijden en sterven. Zij vieren op dat moment de Sedermaaltijd. Die maaltijd is geen loutere herinnering, maar een actualisering: wie Pesach viert, plaatst zichzelf in het verhaal van bevrijding. Wij waren slaven, niet alleen zij waren het. Zie anamnese / epiclese! Het is dan ook van grote betekenis dat Jezus juist tijdens dit feest over het breken van het brood en het delen van de wijn zegt: “Doet dit tot mijn gedachtenis”. Jezus’ woorden plaatsen het feest in een ander licht: de bevrijding uit Egypte wordt symbool van een bredere bevrijding – uit angst, geweld, zelfbehoud. Zoals de uittocht telkens opnieuw werkelijkheid wordt in de viering van Pesach, zo wordt in de maaltijd van de Heer zijn levenshouding – breken en delen, trouw blijven tot het einde – opnieuw werkzaam in de gemeenschap. Het gedenken is een doen: breken, delen, leven in zijn geest.
viering
- Het delen van brood en wijn is dan ook de kern van de viering van Witte Donderdag. Vaak vindt de viering in zijn geheel aan tafel plaats. Traditioneel wordt ook aan Exodus aandacht besteed. In sommige kerken wordt een ritueel rond voetwassing gedaan, verwijzend naar Johannes 13. De viering kan gecombineerd worden met een echte maaltijd voor de gemeente.
Aan het eind van de viering kan de liturgische ruimte worden leeggemaakt als voorbereiding op de lege kerk van Goede Vrijdag. Het vervolg van het evangelie kan gelezen worden. De dienst kan worden afgesloten met een gebed, bijvoorbeeld het Luthers avondgebed. [[[invoegen]]
van hier gaan
- In het bijbelverhaal vertrekt Jezus na de maaltijd naar Getsemane om te bidden, waarna de arrestatie volgt in de nacht, en de volgende dag, op vrijdag, het verhoor en de kruisiging. Waar wij in het verhaal zijn, als we op donderdag de kerk verlaten, is dan ook een keuze:
- Bij Marcus 14, 26 en Mattëus 26, 30: ‘nadat zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij naar de Olijfberg’. Aan het einde van de Pesachmaaltijd werd het Hallel gezongen, Psalm 113–118. Als hiermee de dienst wordt afgesloten, kan de gemeente zingend de kerk verlaten, waar veel voor valt te zeggen, ook in contrast met Goede Vrijdag waar men de kerk in stilte verlaat. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ‘Laudate Dominum’ of ‘Laudate omnes gentes’ uit Taizé, met tekst uit psalm 117. - Bij Johannes 14, 31 of Mattëus 26, 46a: ‘sta op, laten we gaan’. Dit is na het gebed waarbij de leerlingen steeds in slaap vallen. Als hiermee de dienst wordt afgesloten, kan de gemeente in stilte de kerk verlaten.
Goede Vrijdag
Op Goede Vrijdag staat de gemeente stil bij de kruisiging van Jezus, als uiterst beeld van wat mensen kunnen aanrichten – en van wat liefde kan verdragen. De liturgische ruimte is zo leeg mogelijk om de Godverlatenheid voelbaar te maken. In sommige kerken worden er deze dienst geen muziekinstrumenten gebruikt.
lijdensverhaal
In de dienst staat het lezen van het lijdensverhaal (passieverhaal) centraal. Er zijn verschillende manieren waarop dat gebeurt: - het verhaal wordt gelezen door meerdere stemmen, bijvoorbeeld een Evangelist die het verhaal leest en iemand anders die de woorden die Christus, pilatus etc. sprak leest; of meerdere personen. De gemeente kan de ‘rol’ van het volk krijgen. De tekst kan worden afgewisseld met liederen, stilte, gebeden en/of muziek. - met een gezongen passie, zoals de Johannespassie van Bach. Er zijn vele (deels) gezongen versies van het lijdensverhaal, ook in het Nederlands, met of zonder rol van de gemeente. - rond de ‘kruisweg’, een Rooms-katholiek fenomeen waarbij de gemeente langs veertien kruiswegstaties trekt, in de meeste Rooms-katholieke kerken aanwezig. De staties hebben bijbelse verwijzingen (Jezus’ veroordeling, Jezus neemt het kruis op zich) maar ook niet-bijbelse zoals ‘Veronica wast het gezicht van Jezus’. Ook op muziek gezet, bijvoorbeeld de Via Crucis van Franz Liszt. - rond de ‘zeven kruiswoorden’, die in de diverse Evangeliën zijn opgetekend: ‘Vader, vergeef het hun’, ‘heden zult gij met Mij in het paradijs zijn’, ‘vrouw zie uw zoon—zie uw moeder’, ‘mijn God, mijn God’, ‘waarom hebt Gij Mij verlaten’, ‘Mij dorst’, ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest’, ‘het is volbracht’. Ook op muziek gezet, bijvoorbeeld de ‘Sept paroles’ van Charles Gounod.
Paaskaars
In kerken waar een Paaskaars is, kan deze op Goede Vrijdag uit zijn. Of na de woorden ‘het is volbracht’ worden gedoofd.
Voorbede
In de dienst van Goede Vrijdag mag er extra ruimte zijn voor voorbeden, waar concreet het lijden van nu verbonden wordt met het lijdensverhaal.
Kruishulde
In de Rooms-katholieke liturgie wordt een beweging door de ruimte gemaakt, langs de staties van de kruisweg (zie hierboven). De kruishulde is het moment waarop de gemeente het kruis benadert als teken van lijdende liefde en solidariteit, om stil te staan bij wat daar zichtbaar wordt. Soms worden er bloemen bij het kruis gelegd. Sommige protestantse kerken hebben dit gebruik overgenomen.
Beklag Gods
In de liturgie van de Protestantse Kerken in Nederland vind je het Beklag Gods (‘improperia’). Dit is een oud-liturgische tekst waarin God zijn volk aanspreekt. ‘Mijn volk, wat heb ik u misdaan, en waarmee heb ik u bedroefd, antwoord mij!’ In een reeks contrasten wordt de bevrijding uit Egypte geplaatst naast het lijden van Christus, ondankbaarheid en vervreemding scherp tekenend. De tekst heeft een bijsluiter nodig, om te voorkomen dat deze als anti-semitisch kan worden ervaren. Misschien kan de parallel met Exodus zich beter tot het lezen van Exodus 12, 21 - 28 beperken?
Stille Zaterdag
Stille Zaterdag is een dag zonder woorden. De leerlingen zien geen perspectief. Door deze leegte serieus te nemen, de rouw, verwarring en ontreddering, springen we niet te makkelijk naar Pasen. Dit kan voor de gemeente herkenbaar zijn ten aanzien van eigen breukervaringen. Stille zaterdag kan een invulling krijgen door de openstelling van de kerk, in stilte of met instrumentale muziek.
Pasen
Met Pasen vieren we dat het leven sterker is dan de dood. Opvallend is dat de evangelieverhalen geen beschrijving geven van het moment van opstanding. Er is geen spektakel. Er is leegte – een open graf – en verwarring. De klassieke Paasnacht is de volste dienst in het jaar, met negen lezingen, een vuur buiten waaraan de de paaskaars wordt aangestoken, het zingen van het Exsultet, dopen en doopgedachtenis, belijdenis en avondmaal. De hele heilsgeschiedenis wordt doorlopen, uitlopend op een jubelende overwinning van het licht. In de vrijzinnige kerken wordt de Paasnacht doorgaans niet gevierd, maar is er een Paasmorgen die elementen van bovenstaande kan bevatten, zoals het brandend binnendragen van de nieuwe Paaskaars, tijdens een lied of muziek. Ook is het een geschikte dienst voor doop en belijdenis. De Paasdienst lijkt qua vorm verder sterk op een gewone zondagmorgen. En dat is ook precies de bedoeling, immers ‘hier is het elke zondag Pasen’. Waar in de veertigdagentijd enkel ‘kyrie’ klonk, kan nu ook het ‘gloria’ weer gezongen worden.