Inkeer

From Armini Wiki
Jump to navigation Jump to search

Volgens sommigen begint dit onderdeel al bij het naar bed gaan op zaterdagavond. De schoenen staan gepoetst onder de kapstok. Of zondagmorgen bij het ontwaken, het horen zingen van de vogels, bij het nuttigen van een eenvoudig ontbijt. Bij het te voet of hoogstens per fiets in alle rust zich naar de kerk begeven. Voor een ander is het elke week nog weer een heel gedoe en gevlieg om er rond aanvangstijd te zijn, en nodigt het treffen van bekenden in de kerk uit tot gezellig praten. Laten we daarom beginnen bij het eerste onderdeel van de dienst: iedereen is binnen, en dan?


God heeft het eerste woord

In veel kerken staat in het liturgisch centrum de paaskaars. Er valt veel voor te zeggen dat deze al brandt wanneer men binnenkomt: wij komen, God was er al. De koster of de ouderling van dienst steken de kaars dan aan vóór de deur opengaat, met gepaste aandacht en eventueel een kort gebed. In sommige kerken wordt de kaars aan het begin van de dienst aangestoken. De gemeenschap komt bijeen en ‘stelt God present’: door het aansteken van deze kaars staan wij erbij stil dat wij hier zijn in het licht van Pasen. Het eerste deel van de dienst bestaat uit een aantal onderdelen. Of ze allemaal wekelijks terugkomen en in welke volgorde ze precies geplaatst zijn, kan variëren van kerk tot kerk.


Binnenkomst

In de kerk is het bij binnenkomst rustig, de klokken worden geluid, er is muziek. Misschien wordt er een lied geoefend of enkele mededelingen gedaan. In sommige kerken kan er in een nevenruimte koffie worden gedronken. Wie binnenkomt krijgt de orde van dienst uitgereikt, eventueel met een liedboek, of vindt deze spullen op de stoel. Vaak is er een voorbedeboek waar een gebedsintentie in kan worden geschreven. 
De voorganger en andere dienstdoenden verzamelen zich in een andere ruimte (consistoriekamer) waar zij zich op hun taak voorbereiden. Vaak wordt daar ook een gebed uitgesproken door een kerkenraadslid.


Handdruk

De voorganger komt binnen met een kerkenraadslid en eventueel andere mensen die een bijzondere rol hebben in de dienst. De voorganger krijgt ten overstaan van de aanwezigen een hand van iemand van de kerkenraad. Dit is een betekenisvoole formaliteit: het is de kerkenraad die de dienst belegt. Zij draagt de inhoudelijke verantwoordelijkheid over de dienst over aan de voorganger. Aan het eind van de dienst is er weer een hand: de kerkenraad aanvaart de verantwoordelijkheid weer terug.


Openingslied

‘Laten wij zingend deze dag beginnen’. Het openingslied staat stil bij het samenkomen van de gemeente op zondag. Ook kan de thematiek van de zondag een rol spelen bij de keuze. Sommige kerken gebruiken een leesrooster waar liederen zijn opgegeven, zoals een ‘intochtspsalm’.


Votum en groet

Votum en groet zijn vaste openingswoorden van de klassiek-protestantse liturgie. Het votum is een belijdenis van afhankelijkheid: Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft (Psalm 124, 8). De groet is een toespreken van genade: Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus. Ontleend aan de brieven van de apostelen, bijv. Romeinen 1, 7; 1 Korintiërs 1, 3.
In de vrijzinnige praktijk heeft dit zich ontwikkeld: het votum is dan uitgebreid en wordt voorafgegaan door een welkom. De strekking van de woorden kan zijn (voorbeeld van de Remonstranten):

  • ‘Fijn dat je er bent, of je hier nu elke zondag bent of vandaag voor het eerst. Ook een welkom aan de mensen die online met ons verbonden zijn’.
  • ‘Verheugen wij ons in de dienst aan de Ene, 
die ons sinds mensenheugenis trouw blijft. 
Mogen wij in deze dienst gestalte geven aan de hoop die in ons is, 
en aan de liefde die ons draagt; 
als een zichtbaar teken van ons geloof, 
en als een vreugdevolle bemoediging voor ons leven.’ (Heine Siebrand)
  • (optioneel) ‘Vrede zij met u, en laten wij ook elkaar een teken van vrede geven.’ waarna de aanwezigen enkelen om zich met een handdruk of knik begroeten, ‘vrede voor jou!’.
  • De gemeente zingt hierna het ‘antwoordlied’.


Antwoordlied

Dit is een typisch Remonstrants gebruik, dat lijkt op het klassiek-gereformeerde ‘gebed om verlichting met de Heilige Geest’, maar dan gezongen. De klassieker hierbij is:

‘Tot U, Heer, is ons hart gericht. 
Hier zijn wij, open voor uw licht. 
Gij geeft ons kracht tot stilte en strijd. 
Kom tot ons, Eeuwige, in de tijd. 
Amen’.

Als melodie wordt die van de geneefse psalm 134 gebruikt. De meestgebruikte variant komt uit het Liedboek, van Ad den Besten:

“Hoor, heil’ge Geest, wij roepen U, 
kom wees aanwezig in het woord, 
wek onze geest opdat hij hoort, 
wek ons tot leven hier en nu. 
Amen.”

Uiteraard zijn er vele varianten denkbaar voor een lied op deze plek.


Gebed

Het eerste gebed intensiveert de inkeer, de gemeente zoekt de stilte, de ruimte, geeft woorden aan het hier zijn, in de omstandigheden waarin dat gebeurt. Bij dit gebed kan een meditatie-oefening een plaats krijgen, waarbij de gemeente hierbij wordt begeleid. Uitgenodigd de handen leeg te maken, te luisteren naar het lichaam, bewust te worden van adem en hartslag. Van de geest, de zorgen en onrust, dankbaarheid. Dit kan in een samenspel van woorden, stilte en/of muziek.


Lied of muziek

Het lied of de muziek op deze plek vormt een scharnier naar het volgende deel van de dienst, de dienst van het woord.