Plaatsbepaling

From Armini Wiki
Jump to navigation Jump to search

In de kerk wordt gelezen, gezongen, gezwegen, gebeden, gegeten en gedronken. Liturgie gaat over de manier waarop we dat doen, over de symbiose van vorm en inhoud in het vieren. Soms gebaseerd op oude tradities, soms nieuw bedacht, soms onbewust zo gegroeid. We richten ons in dit boek op het samenkomen van de gemeente in een kerkdienst, maar andere manieren van samen zijn en de eigen spiritualiteit kunnen met een liturgische blik bekeken worden.


Doel

Dit boek beschrijft liturgische achtergronden en gebruiken. Het kan gebruikt worden om na te denken over liturgie. Om als kerkganger meer inzicht te krijgen in wat er in de kerk gebeurt. Om als liturgie-ontwerper op een betekenisvolle manier te kunnen nadenken over de uitwerking die liturgie heeft, zodat we zorgvuldig en bewust kunnen kiezen. Of we nu nieuwe onderdelen willen introduceren, oude gewoonten herwaarderen, of juist overbodige zaken willen schrappen. Goede liturgie ondersteunt het vieren: aandachtig zijn, verbinding met anderen in de tijd of de ruimte ervaren, verdieping zoeken, rouwen, bidden. Maar liturgie kan ook zijn doel voorbij schieten, als de vorm de inhoud in de weg staat, als zij rigide, nodeloos gecompliceerd of sleets is. Want hoewel liturgie zich manifesteert in vorm, ligt haar betekenis in de uitwerking die zij heeft.


Valkuil

Voor we verder gaan zijn er twee verwarrende termen waar we eerst van af moeten: ‘hoog-liturgisch’ en ‘laag-liturgisch’. De eerste term heeft associaties met plechtige stiltes, celebranten die met kaarsen en andere parafernalia in de weer zijn, officiële teksten reciterend; de aanwezigen lijken vanzelf te weten wat dit alles betekent en wat er van hen verwacht wordt. Soms gaan ze zomaar tegelijk staan. De tweede term benoemt dat vorm en decorum misschien weinig aandacht krijgen, voorwerpen vooral functioneel zijn en rituelen schaars. Een laatkomer wordt nog even apart welkom geheten. Laag-drempeliger, gezelliger ook… Maar is dat ook ‘minder liturgisch’? De termen ‘hoog-’ en ‘laag-liturgisch’ suggereren dat méér ritueel, méér voorschrift, méér regels liturgischer zou zijn. Maar hoe kwalificeer je dan een sobere viering waarin bewust voor eenvoud is gekozen? Een bescheiden tafel met een schaal en beker. Een kaars. Een korte vorm met een aandachtige stilte en een enkel zorgvuldig woord? Het gaat duidelijk niet om kwantiteit maar om kwaliteit: hoe weloverwogen er wordt gevierd, hoe bewust vorm en ruimte worden gebruikt.


Ruimte

Er zijn in de vrijzinnige kerken officieel, kerkordelijk gezien, maar nauwelijks vaste regels waaraan men zich móet houden, de vrijheid is enorm! Wat in dit boekje beschreven wordt, is dan ook niet normerend maar beschrijvend: zo zijn onze manieren. In de praktijk kennen alle beschreven onderdelen varianten, waardoor de diensten van plaats tot plaats en van predikant tot predikant verschillen. Dit kunnen heel fundamentele keuzen zijn geweest. Of het gevolg van persoonlijke smaak, gewenning of behoefte aan een keer wat anders. In de grote lijn onderscheiden we vaak twee varianten: een eenvoudige, waarin de klassiek-gereformeerde wortels herkenbaar zijn, en een uitgebreidere, met sporen van vóór de Reformatie.


Ontwikkeling

Liturgie heeft het nodig herkenbaar en herhalend te zijn, we moeten er vertrouwd mee kunnen raken. Tegelijk vraagt elke tijd om beweging. Er moet daarom enerzijds tijd zijn voor de lange adem, voor gewenning. Anderzijds moet er ruimte zijn voor experiment, geïnspireerd raken door andere religies, culturen, door kunst, voor eens zomaar te beginnen met een blanco vel. Dit boek gaat vooral over dat eerste, de traditie die er is. Traditie in de rijke betekenis van ‘niet de as bewaren, maar de vlam behoeden’. De liturgie heeft zich de eeuwen door ontwikkeld tot wat het nu is en is nog steeds voor veel mensen van waarde. Als slot wordt een aanzet gegeven tot dat andere perspectief: wat is de beweging die onze tijd vraagt? En hoe kan de liturgie-ontwerper op een zinvolle manier over antwoorden nadenken?